Welkom op Yinfo.nl, alle informatie voor pubers & jongeren.

Opgepakt, wat nu?

Opgepakt, wat nu ?

Ja, dan heb je dus alles goed voorbereid, je hebt echt aan alles gedacht, en toch sta je daar tussen twee agentjes die er niet echt uitzien alsof ze zich bij je actie gaan aansluiten…

Dit hoofdstuk is onderverdeeld in twee stukken. Het eerste deel beschrijft min meer formeel wat je rechten en plichten zijn als je opgepakt bent, hoe lang ze je vast kunnen houden enzovoort. De tweede helft gaat in op hoe het is (of kan zijn) in een politiecel of Huis van Bewaring.

Rechten en plichten

Staande houden

Een politieagent mag je staande houden op straat als hij een redelijk vermoeden heeft dat je een strafbaar feit hebt begaan. Hij mag je dan naar je persoonsgegevens vragen. Jij hebt echter niet de verplichting om daar een antwoord op te geven.

Dit alles speelt zich gewoon buiten op straat af. Denk hierbij aan agenten die proberen een praatje met je te beginnen. Vaak proberen ze terloops zo veel mogelijk informatie uit je te krijgen.

Als de agent na dit praatje vindt dat hij reden genoeg heeft om je mee te nemen, dan mag hij je vervolgens aanhouden en meenemen voor verhoor. De reden om je mee te nemen moet zijn dat je verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit.

Aanhouden

Aanhouden is letterlijk beetpakken om je naar een bureau te brengen. Opsporingsambtenaren zijn in deze situatie bevoegd om indien nodig geweld te gebruiken. Verzet je jezelf toch bij je aanhouding dan is dit een strafbaar feit waarvoor ze je kunnen vervolgen. Vaak word je ter plekke gefouilleerd.

Ze moeten je zo snel mogelijk naar een politiebureau brengen. Daar mogen (en zullen) ze je nogmaals fouilleren. Persoonlijke bezittingen zoals shag, sieraden en geld worden afgenomen. Ook zullen veters uit je schoenen worden gehaald, en andere dingen waarmee je jezelf kunt verwonden worden verwijderd. Je moet zo snel mogelijk voor een (hulp)officier van justitie geleid worden. Die bepaalt wat er gaat gebeuren. Hij moet je ook vertellen waar je van verdacht wordt.

Als ze je verdenken van het begaan van een overtreding dan kunnen ze je alleen ophouden voor verhoor. Als ze je verdenken van het begaan van een misdrijf dan mogen ze je ook ophouden voor verhoor. Bij voldoende verdenking zal dit overgaan in een verzekeringstelling. Vinden ze dat ze bij je binnenkomst genoeg bewijs hebben om je te verdenken van een misdrijf dan kunnen ze je ook meteen in verzekering stellen. Onder een overtreding verstaat men schendingen van de APV, Artikelen uit het Wetboek van Strafrecht met nummers tussen de 424 en 476. Misdrijven zijn te herkennen aan de nummers 92 tot 423.

Word je op heterdaad betrapt bij het begaan van een strafbaar feit, dan is iedereen bevoegd om je aan te houden. Volgens de wet is er sprake van heterdaad als het strafbare feit ontdekt wordt op het moment dat het begaan wordt of kort daarna. Houdt een burger of een bewaker je aan dan dient deze je zo snel mogelijk aan de politie over te dragen. Hierbij mag hij of zij enig geweld gebruiken om je in bedwang te houden. Arresteren is het moment van aanhouden en overbrengen naar het bureau waar je in verzekering gesteld wordt.

Ophouden voor verhoor

De politie mag je zes uur op het bureau vasthouden. Deze periode begint zodra je aangekomen bent op de plaats waar je verhoord gaat worden. In dit stadium tellen de uren tussen middernacht en negen uur s’ochtens niet mee. Je mag in die tijd wel verhoord worden

Ze zullen wederom naar je persoonsgegevens vragen. Zij mogen je vragen stellen over de zaak waarvoor ze je hebben aangehouden. Als ze het nodig vinden mogen ze maatregelen nemen om je identiteit vast te stellen. Ook nu geldt weer dat je niet verplicht bent om je personalia te geven. Je bent niet verplicht een verklaring af te leggen. Als je besluit om anoniem te blijven, dan mag de politie je wel langer vasthouden.

Ophouden ter identificatie

Als je je naam niet vertelt (NN blijven wordt dat genoemd) mogen ze je langer vast houden. Dit mag nog eens zes uur duren (waarbij de uren tussen middernacht en negen uur ‘s ochtends opnieuw niet meetellen). In deze periode mogen ze foto’s, vingerafdrukken, en eventueel lichaamsmaten van je nemen. Het is niet de bedoeling dat je gedurende deze periode verhoord wordt.

Denk er bij het ondertekenen van formulieren aan dat zij je naam niet kennen. Je hoeft niks te ondertekenen. Als je ondertekent met je eigen handtekening breng je ze op een spoor. Onderteken dus als je NN gebleven bent niet, of met een kruisje of iets anders onherkenbaars. Dit moeten ze accepteren.

 


Naam zeggen : ja of nee ?

Als je wordt opgepakt , wordt vroeg of laat naar je naam gevraagd. Wel of niet je naam geven, aan beide mogelijkheden kleven voor- en nadelen.

Besluit je je naam te geven, bijvoorbeeld omdat je ‘voor je daden wilt uitkomen’ of omdat je naam al bekend is bij de politie, dan word je soms (maar zeker niet altijd !) eerder vrij gelaten. Je kunt dan een dagvaarding mee naar huis krijgen, of later thuis één krijgen, of in het geval van een boete een acceptgirokaart. Ook heb je kans dat je op het bureau ‘vriendelijker ‘ behandeld wordt. Je hoeft dan niet de hele tijd aan te horen dat je een lafaard bent, niet voor je daden durft uit te komen, en allerlei pesterijen te ondergaan.

Een nadeel van het geven van je naam is dat het in de toekomst voor de politie gemakkelijker zal zijn om er achter te komen wie je bent, en waar je eerder voor opgepakt bent. Denk je er dan anders over en weiger je je naam te zeggen, dan weten ze snel wie je bent. Komt het tot een eventuele veroordeling, dan kan je straf hoger uit vallen als blijkt dat je al vaker voor hetzelfde delict (of voor andere) bent veroordeeld. En waarschijnlijk kom je er dan niet onderuit met een geldboete en een voorwaardelijke straf, ‘omdat dit nou al de vierde keer is dat u bent opgepakt voor het bekladden van openbare gebouwen’. Sinds het digitaliseren van vingerafdrukkenbestanden is het een stuk gemakkelijker is om er achter te komen waar, wanneer en waarvoor je eerder bent opgepakt.

Als je weigert je naam te geven geldt het omgekeerde. Zo kan je op het politiebureau zes uur langer worden vastgehouden om je naam te achterhalen. Vaak word je tot vervelens toe doorgezaagd over het feit dat je je naam niet wilt zeggen. Ook wordt het niet geven van je naam bij de rechtbank vaak tegen je gebruikt door de officier van justitie. Dit zou in principe niets moeten uitmaken voor een rechter, maar kan toch een sfeer oproepen die tegen je kan werken.

Waarom zou je je naam niet zeggen, als daar zoveel nadelen aan zitten ?

Je kunt natuurlijk uit principe weigeren met de politie te praten, en je naam niet zeggen. Ook kun je het ‘leuk’ vinden om de politie zoveel mogelijk tegen te werken.

Daarnaast zijn er ook een aantal echte voordelen. Ben je illegaal in Nederland dan is het niet verstandig om je naam te zeggen. Als je minderjarig bent kunnen ze je ouders niet bellen.Als je een baan hebt kunnen ze geen contact met je werkgever opnemen. Het bellen van ouders om hun kind af te halen op het bureau wordt regelmatig gebruikt ter afschrikking.

Ook kun je een eventuele huiszoeking door de politie om bewijslast te verzamelen tegenwerken.

Ten slotte is het zo dat je naam dan ook niet bij allerlei andere diensten (BVD of andere inlichtingendiensten) terecht kan komen, of zal het hen in elk geval een hoop meer moeite kosten.

Dit is wel een punt waar je vantevoren over na moet denken. Probeer goed op een rijtje te krijgen waarom je wel of niet je naam geeft. Bedenk wel dat als je éénmaal je naam hebt gegeven, dit nooit meer teruggedraaid kan worden (tenminste als er ook vingerafdrukken gemaakt zijn). Ook is het natuurlijk zo dat als je je naam niet wilt geven, je dan niet met je ov-kaart, bankpas en dergelijke op zak aan een actie mee moet doen….

 


 

In verzekering stellen

Na het ophouden voor verhoor of meteen nadat je het politiebureau binnengebracht bent, kan de (hulp)officier van justitie beslissen dat hij je in verzekering wil stellen. Meestal zal dit een brigadier of een wachtcommandant zijn die ook de bevoegdheid heeft om als hulpofficier op te treden.

Tegelijkertijd met deze beslissing wordt nader onderzoek gedaan naar de feiten van de gebeurtenis waarvoor je in verzekering gesteld wordt. Om je in verzekering te mogen stellen moet je verdacht worden van een strafbaar waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. (zie uitleg voorlopige hechtenis hieronder).

Als ze je in verzekering gesteld hebben, heb je recht op een advocaat. Heb je een eigen advocaat, dan kun je dat doorgeven en moet de politie deze waarschuwen. Doen ze dat niet en schepen ze je op met een piketadvocaat, dan kun je deze vragen om jouw eigen advocaat op de hoogte te brengen. Als je geen eigen advocaat hebt, dan geeft de politie aan de piketcentrale door dat ze een arrestant hebben die een advocaat nodig heeft en krijg je er een toegewezen die op dat moment dienst heeft.

De inverzekeringstelling duurt maximaal drie dagen en zeventien uur, die je op het politiebureau zult doorbrengen. Binnen deze termijn moet je voor een rechter-commissaris gebracht worden als de officier van justitie vraagt om je in bewaring te stellen. Je wordt door de rechter-commissaris gehoord, waarbij je advocaat ook aanwezig mag zijn. Deze mag ook andere opmerkingen maken dan alleen reageren op gestelde vragen.

De officier van justitie vraagt de rechter-commissaris om je in bewaring te stellen. Jij op jouw beurt kunt aan de rechter-commissaris vragen om in vrijheid gesteld te worden. Uiteraard kun je aan je advocaat vragen of hij dat voor je wil doen. Als de rechter- commissaris besluit om je in bewaring te stellen heb je daartegen geen beroepsmogelijkheid. Als de rechter-commissaris besluit om jou vrij te laten, dan mag de officier van justitie daartegen wel in beroep.

Voorlopige hechtenis

Deze term is een verzamelnaam voor de totale periode dat je vastzit voordat je zaak door de rechter behandeld wordt. De periode is opgesplitst in twee gedeelten, de eerste tien dagen heet het dat je in bewaring genomen wordt. Daarna volgt de gevangenhouding die in principe maximaal negentig dagen duurt.

De wet geeft precies aan in welke gevallen je in voorlopige hechtenis genomen mag worden : – Als je geen vaste woon- of verblijfplaats hebt (dus ook als je anoniem bent)

  • Als er herhalingsgevaar bestaat (er moet dan wel een straf staan van meer dan 6 jaar op het feit waar jij van verdacht wordt)
  • Als er een straf van meer dan 12 jaar staat op het feit waarvan jij verdacht wordt
  • Als dit in het belang is van het onderzoek. Dit speelt vooral als ze bang zijn dat je sporen kunt gaan wegwerken

Bewaring

Het bevel om je in bewaring te mogen nemen dient van de rechter-commissaris afkomstig te zijn. Dit besluit wordt schriftelijk bevestigd. Je kunt nog maximaal 6 dagen in een politiecel blijven. Daarna (of meteen al na het besluit van de rechter-commissaris) zul je worden overgebracht naar een Huis van Bewaring waar je gedurende de periode van bewaring blijft. Het kan zijn dat je gedurende deze periode alsnog vrij gelaten wordt, maar het kan ook zijn dat ze je nog langer willen houden. Dit zal afhangen van de informatie die de officier van justitie in zijn vooronderzoek verzameld heeft.

Op basis van de tot dan toe verzamelde informatie kan de officier van justitie besluiten om je voor de politierechter te brengen (zie onder gevangenhouding). Een andere mogelijkheid is om aan de rechtbank toestemming te vragen om je in gevangenhouding te mogen nemen.

Gevangenhouding

Na de bewaring kan gevangenhouding volgen. Kàn, omdat er tussentijds een reden zou kunnen zijn om je vrij te laten. Die kans is kleiner als je besloten hebt om anoniem te blijven.

Als de officier van justitie wil dat je nog langer vast blijft zitten, moet hij daarvoor een verzoek indienen bij de rechtbank. De rechtbank zal jou eerst verhoren, waar je advocaat bij mag zijn, voordat ze een beslissing nemen. Ook deze beslissing krijg je op papier uitgereikt. Deze periode verblijf je ook in een Huis van Bewaring.

Het volgende wat staat te gebeuren is dat je zaak voor de rechter gebracht wordt. Dit hoeft niet te betekenen dat ze inhoudelijk erop ingaan. Het kan zijn dat de officier van justitie meer tijd nodig heeft voor zijn vooronderzoek. De rechtzaak wordt dan aangehouden en op een later tijdstip inhoudelijk behandeld. Ze kunnen je al die tijd vast blijven houden.

Politierechter

Als de officier van justitie vindt dat jou zaak van eenvoudige aard is en niet van plan is om meer dan 6 maanden gevangenisstraf te eisen, kan hij besluiten je voor de politierechter te brengen. De politierechter is een alleen sprekende rechter met dezelfde bevoegdheden als een meervoudige kamer.

Als de politierechter na behandeling van je zaak van mening is, dat het inderdaad een eenvoudige zaak is, dat het bewijs geleverd is en dat een hogere straf dan 6 maanden niet op zijn plaats is, dan zal hij een vonnis vellen. Wanneer de rechter vindt dat je meer dan 6 maanden gevangenisstraf opgelegd zou moeten krijgen of als de zaak erg ingewikkeld is, kan hij de zaak doorsturen naar een meervoudige kamer. Je moet dan opnieuw voorkomen op een later moment.

Justitie

Als je wordt opgepakt krijg je niet alleen met de politie te maken, maar bijna meteen ook met justitie, oftewel met het Openbaar Ministerie (OM) en de rechterlijke macht. De vertegenwoordigers van het OM waar je in de praktijk meestal mee te maken krijgt zijn (hulp)officieren van justitie en (in hoger beroep) de advocaat-generaal. Een hulpofficier van justitie is een politieambtenaar die een extra opleiding heeft gevolgd en daarom sommige eenvoudige taken van de officier van justitie mag overnemen (jou in verzekering stellen bijvoorbeeld). De politie zorgt ervoor dat er op een groter politiebureau altijd iemand aanwezig is die ook hulpofficier is. Het is de taak van de officier van justitie om je te vervolgen, hij is dan ook verantwoordelijk voor het onderzoek dat tegen je loopt, dus voor de (getuige)verhoren en eventuele huiszoeking en dergelijke. Hij is in het onderzoek dus de baas van de politie. Rechters zijn onafhankelijk en horen niet bij het OM. Zij moeten het door de officier van justitie aangevoerde bewijs en jouw verweer daartegen beoordelen. Een speciaal geval is de rechter-commisaris (RC), dit is een soort onderzoeksrechter die controleert of de officier van justitie zich tijdens het onderzoek tegen jou wel aan een aantal regels houdt. Deze regels staan beschreven in het Wetboek van Strafvordering. Zelf zul je een rechter-commisaris vooral zien bij een huiszoeking of als je in bewaring gesteld wordt.

Recht

Bovenstaande procedures zijn van toepassing binnen het strafrecht, dit is het soort recht waar je meestal mee te maken krijgt als je ergens voor opgepakt wordt. Er is dan sprake van een conflict tussen de Staat en een verdachte over het al dan niet overtreden van regels. Een eventueel slachtoffer speelt in een strafrechtelijke procedure dus nauwelijks een rol. Je kan echter ook met andere soorten recht te maken krijgen dan met strafrecht, namelijk met civielrecht of administratief recht. Een ander woord voor civiel recht is privaatrecht: een conflict tussen twee burgers waarin de rechter alleen een bemiddelende rol speelt. Met civiel recht krijg je bijvoorbeeld te maken als je kraakt en de eigenaar je uit het huis wil hebben, die kan dan een kort geding of een langer durende civiele procedure aanspannen tegen jou en je medebewoners. Civiel recht wordt meestal ook gebruikt om mensen op te laten draaien voor de schade van acties, hoewel dit bij eenvoudige zaken ook wel via het strafrecht kan. Binnen het civiel recht hoeft alleen je schuld (of aandeel daarin) bewezen te zijn. De schade kan dan bijvoorbeeld ook hoofdelijk worden omgeslagen (collectieve aansprakelijkheid).

Een ander woord voor administratief recht is bestuursrecht, bij deze rechtssoort gaat het om conflicten tussen burgers en overheidsinstanties. Je hebt dus met administratief recht te maken als je tegen de overheid procedeert, maar ook als je wordt aangehouden voor het fietsen zonder licht. Sinds het begin van de jaren negentig vallen dit soort lichte verkeersovertredingen namelijk onder het administratief recht (wet Mulder). In dit soort situaties heb je trouwens als ‘betrokkene’ (géén verdachte) de plicht om je naam te zeggen. Voldoe je niet aan die plicht dan maak je je schuldig aan een overtreding en kun je worden opgehouden ter identificatie.

 


Advocaat.

Een goede advocaat kan om een aantal uiteenlopende redenen erg handig zo niet belangrijk zijn.

Bedenk voordat je van plan bent om een bepaalde actie te gaan doen, of zelfs als je nog niet eens concrete plannen hebt om iets te gaan doen, wie je eventueel als advocaat zou willen hebben. In de meeste grotere steden zijn er wel advocaten die vaker zaken van activisten doen. Die hoef je dus niet alles nog eens te uitleggen, wat bij advocaten die onbekend zijn met activisten nog wel eens het geval wil zijn.

Een voordeel van een ‘eigen’ advocaat is dat je die van tevoren al kunt inschakelen. Bijvoorbeeld als je een bezetting wilt doen of een picketline, dan kun je je advocaat vragen of hij die dag eventueel beschikbaar is, of een kantoorgenoot. Dit heeft als grote voordeel dat als er iets uit de hand loopt, en er vallen arrestaties, het regelen van een advocaat niet veel tijd kost. Ook wil het nog wel eens helpen dat er in geval van onduidelijkheid, bij bijvoorbeeld een kraakactie, een advocaat in de buurt is of aan de telefoon hangt, die onrechtmatig politie-optreden in de kiem weet te smoren door met een kort geding te dreigen.

Als je in de cel belandt, is het erg prettig om een goede, vertrouwde ( en te vertrouwen ! ) advocaat te hebben. Vaak is dat de enige persoon die je, buiten politiemensen, te zien krijgt. Sta er dan ook op dat je je ‘eigen’ advocaat krijgt, zodat je niet bent aangewezen op een piketadvocaat. Van piketavocaten weet je nooit of je ze kunt vertrouwen, en vaak nemen ze je zaak niet serieus, omdat het ze niks interesseert. Krijg je in eerste instantie toch een piketadvocaat, vraag dan via hem naar de advocaat die je wilt.

Naast het feit dat het goed kan zijn om weer eens met een ‘normaal’ mens te praten, kun je je advocaat natuurlijk allerlei vragen stellen, om te weten wat er met je gaat gebeuren, wat je het beste kunt doen, wat precies de aanklacht is enzovoort. Ook kun je via je advocaat om medicijnen, boeken, fruit e.d. vragen. Dit mogen ze je weigeren (behalve de medicijnen), maar je kunt het altijd proberen. Daarnaast spreekt het natuurlijk voor zich dat als het tot een rechtzaak komt, een goede advocaat nooit weg is…..

Het is erg aan te bevelen om het telefoonnummer van je advocaat uit je hoofd te leren en / of dit nummer tijdens een actie ergens op je lichaam op te schrijven (liefst met watervaste viltstift).

Als je weinig of geen inkomen hebt, kun je via de gemeente of de sociale dienst een bewijs van onvermogen krijgen, zodat je advocaat gratis of een stuk goedkoper is.

 


Voor de rechter

Voor alle duidelijkheid : dit stukje gaat over strafrecht.

Aan een rechtszaak gaat ook van jouw kant wel wat voorbereiding vooraf. Bedenk goed wat je wil : je mond houden, een politiek proces, jezelf vooral ‘feitelijk’ verdedigen. Als het goed is heb je een advocaat, voor een proces kan je advocaat het dossier krijgen. In dit dossier staan alle verslagen van verhoren, getuigeverhoren, bevindingen van de politie. Uit het dossier kunnen jij en je advocaat veel brandstof voor je verdediging halen. In het algemeen zal een advocaat onderzoeken of de informatie in het dossier wel een basis biedt voor de toepassing van bepaalde wetsartikelen en of wel aan de eisen van een goed onderzoek is voldaan. Voor wat betreft het eerste is het mogelijk om aan te voeren dat het niet duidelijk is dat jij het gedaan hebt, maar je advocaat kan ook zeggen dat een bepaald wetsartikel hier helemaal niet van toepassing is. Een advocaat kan dus volstaan met twijfel zaaien en hoeft zelf geen alternatieve verklaring voor gebeurtenissen te geven (wie het dan wel gedaan heeft). Je bent tenslotte onschuldig tot het tegendeel bewezen is.

In een rechtzaak word je vooral beoordeeld op de juridische kant van de zaak. Politieke keuzes die daar achter zitten doen er niet altijd evenveel toe. In de meeste rechtszalen zit je als verdachte direct voor de rechter, met achter je je advocaat, aan de ene kant van de rechter zit dan de officier van justitie, aan de andere kant de griffier. Dit is de situatie bij de politierechter, daar kom je terecht als de officier van justitie 6 maanden of minder wil eisen, is zijn eis hoger dan kom je voor de meervoudige kamer. Dat zijn drie rechters, verder is alles hetzelfde. Eerst wordt jij geïdentificeerd, dit kan ook aan de hand van een foto, je kan dus anoniem blijven. Daarna leest de officier van justitie de tenlastelegging voor, hij kan daarin ook dingen uit de dagvaarding laten vallen. Vervolgens zal de rechter vragen stellen over het feit waar je van verdacht wordt, je persoonlijke omstandigheden en je voorhouden wat er in het dossier staat. Dit heet het ‘onderzoek ter terechtzitting’. Je bent niet verplicht om hierop te antwoorden.

Dan houdt de officier van justitie een requisitoir, dat is een uitleg bij de ten lastelegging en wat er zo erg aan is wat je gedaan zou hebben, daarna volgt de eis. Je advocaat reageert op de officier met een pleidooi, waarin deze besluit wat hij wil, bijvoorbeeld vrijspraak.

Het is voor beide partijen mogelijk om getuigen op te roepen, maar getuigenverhoren van de politie staan ook al in het dossier. Op het eind van de zitting mag je zelf wat zeggen, dit heet niet voor niets ‘het laatste woord’. De rechter wijst z’n vonnis op grond van het bewijs uit het dossier en de zitting, dat gebeurd meestal meteen.

Tegen een uitspraak kunnen jij, de officier van justitie of jullie allebei in hoger beroep. Een hoger beroep dient bij een hogere rechter, verder gaat alles er min of meer gelijk aan toe. Na het hoger beroep kun je nog in cassatie bij de Hoge Raad. Dit gaat alleen over allerlei procedurele toestanden en niet meer over de inhoud van de zaak zelf. Overigens is het zo dat je bij een politierechter geen hogere straf kunt krijgen dan 6 maanden. Ga je in hoger beroep, dan is dat wel mogelijk. Wel zinvol dus om dit even goed met je advocaat te bespreken…

Iets om over na te denken is dat je je verdediging niet alleen van je advocaat moet laten afhangen. Natuurlijk heeft die meestal meer benul van juridische zaken, maar in een verdediging gaat het niet alleen om dat soort dingen, maar ook om keuzes en daar moet je een stevige vinger in de pap hebben. Nogal wat advocaten zijn namelijk gewend om hun verdediging strict individueel te houden en dat kan betekenen dat ze voor jou opkomen door anderen de grond in te praten of door onzin uit te kramen. Wil je niet vrijkomen omdat je zo’n zielig meisje bent, zorg dan dat dit duidelijk is bij je advocaat.

 


De Arrestantengroep

In dit hoofdstuk staat onder andere dat het belangrijk is om bij een actie ook een arrestantengroep te regelen. Dat is soms gemakkelijker gezegd dan gedaan, hier dus wat tips.

  • Vraag van te voren al mensen voor de arrestantengroep, dan worden ze niet als het al te laat is overvallen door een sloot werk. Bovendien is het fijn als iemand die niet meedoet aan de actie ervan op de hoogte is dat er wat gaat gebeuren, je raakt dan niet ‘zoek’.
  • Het aantal mensen dat je vraagt voor de arrestantengroep hangt af van het aantal verwachte arrestanten en de heftigheid van de actie, soms kan één iemand het ook wel alleen af.
  • Je moet niet in de arrestantengroep gaan zitten als je persé niet opgepakt wil worden. Als justitie de actievoersters vervolgd met artikel 140, dan kan de arrestantengroep ook tot de criminele organisatie gerekend worden. De kans dat dit gebeurt is misschien niet zo groot, maar als het misgaat ben je ook niet na drie dagen weer thuis, denk er dus over na.
  • De arrestantengroep moet in ieder geval een beetje op de hoogte zijn van de actie (ongeveer wanneer, ongeveer waar en ongeveer hoe heftig het is). Je kan er verschillend over denken of ze ook meer moeten weten. Ervoor pleit dat de arrestantengroep bij gebrek aan een persgroep nog weleens een actie in de pers moet verdedigen. Het is dan handig als ze ook weten wat de bedoeling is. Vooral wat ze wel en niet moeten zeggen, tenzij je geen behoefte hebt aan publiciteit natuurlijk. Ertegen pleit, en dit geldt vooral voor de illegalere acties, dat het beter is dat er zo min mogelijk mensen wat van weten. Bovendien weet je vaak toch niet hoe een actie precies uitpakt, je kan opeens een stuk om moeten rijden waardoor je later aan het werk gaat of de ludieke bezetting verandert opeens in een gewiekste documentenroof. Soms vinden mensen in de arrestantengroep het bovendien vervelend om meer te weten dan nodig is, dit ook in verband met het vorige punt.
  • Heb je zelf geen ervaring met dit werk, vraag dan als het even kan mensen erbij die dat wel hebben, ook al was het met een ander soort acties.
  • De taken van de arrestantengroep zijn het onderhouden van contacten met de arrestanten, de advocaat, het thuisfront en soms dus ook de pers. Bedenk van te voren welk telefoonnummer en dergelijke je gaat gebruiken. Mensen die aan de actie meedoen kunnen dit nummer evenals het nummer van de advocaat op hun arm schrijven. Het is het beste dat potentiële arrestanten van te voren een lijst maken met daarop hun naam, eventuele schuilnaam, wat er perse moet gebeuren als ze gepakt worden (poes eten, afspraak afbellen) en verder bijzonder omstandigheden als boetes die nog openstaan en medicijnen die ze moeten hebben. Het mooist is, zeker bij grote groepen, als mensen voor dit soort problemen zelf al een oplossing vinden: de arrestantengroep hoeft dan alleen maar de poesoppasser in te schakelen. Verder is het vooral bij grote groepen een hele klus om iedereen te localiseren. Iedereen die in verzekering is gesteld mag een advocaat bellen, die kan dan aan de arrestantengroep doorgeven waar de arrestant zit. Soms kan een arrestant trouwens ook rechtsstreeks bellen. Mensen die niet zijn opgepakt en wel op de lijst stonden moeten zich natuurlijk afmelden. Wordt de arrestantengroep pas na een actie opgericht, probeer dan zo goed en zo kwaad als het gaat toch uit te vinden wie opgepakt zijn, dit kan bijvoorbeeld door rond te vragen bij andere actiedeelnemers. Stel je verder van het contact met arrestanten niet teveel voor, meestal is het pas als mensen langere tijd vastzitten goed mogelijk om post te sturen of pakketjes af te geven, op politiebureau’s worden die vaak gewoon niet aan de arrestanten gegeven.
  • Er is veel voor te zeggen om voor de actie al contact met een advocaat te hebben. Die weet dan wie de arrestantengroep doet en jij weet zeker dat de advocaat ook tijd heeft. Het is ook handig als een advocaat van te voren op de hoogte is van afspraken over wel of niet verklaren. Ben je ‘vaste klant’ bij een advocaat dan is het misschien niet nodig om hem of haar voor een actie te zien. De advocaat is vaak de enige die behalve de politie contact heeft met de arrestanten. Via hem of haar kun je horen hoe het met hen gaat en eventueel dingen doorgeven. Het is weleens voorgekomen dat justitie niet accepteert dat alle arrestanten één advocaat hebben. Is dit het geval overleg dan met de advocaat of hij misschien als het nodig is collega’s in kan schakelen.
  • Contact met het thuisfront betekent niet alleen contact met vrienden en vriendinnen van de arrestanten, maar ook met ouders, werkgevers en dergelijke. Dit kan steun uit onverwachtse hoek opleveren, maar ook wel moeilijk zijn als ouders de actie helemaal niet zien zitten. Ouders die hun kind het liefst meteen zelf zouden aangeven kunnen natuurlijk het beste helemaal niet op de hoogte zijn van de actie, maar dit is soms niet te voorkomen (TV). Probeer ouders ervan te overtuigen dat ze niet zelf met de politie moeten gaan bellen (‘hoe gaat het met hem ?’). De politie kan ze dan aan de praat houden en ontfutselt ze allerlei prive-informatie die ze in een verhoor goed van pas kan komen. Het contact met hun kind kan beter via de arrestantengroep lopen.
  • Regelt iemand anders het niet, probeer dan lawaaidemo’s van de grond te krijgen, voor de arrestanten is dit echt een hart onder de riem.
  • Tot slot: de arrestantengroep is geen tweederangswerk! De steun van een arrestantengroep betekent veel voor de mensen binnen, het geeft hen vaak de kracht om geen verklaring af te leggen en de moed erin te houden.

Achter de deur

‘Iedereen vraagt ook de hele tijd hoe erg het was in de bak. Maar het is niet echt erg, het is vooral dom, tijdverspilling. Je zit eigenlijk wekenlang of maandenlang naar het plafond te staren. Zeker de eerste weken. Het duurt allemaal heel lang voor je boeken of tv krijgt, je verveelt je te pletter.’

Regels en procedures zijn nuttig om te kennen, maar hebben vaak weinig te maken met de realiteit achter de tralies. Daarom hier wat praktijkinformatie over het leven op de zes vierkante meter en de aanloop daarnaar toe.

In de boeien

De politie hoeft niet iedereen in de boeien te slaan die ze oppakken, maar ze doen het meestal wel. Bij grote groepen worden daar meestal plastic strips voor gebruikt. Het is erg vervelend als de handboeien te strak zitten (je hebt ze soms nog uren om). Het loont dus de moeite om daartegen te protesteren of te zorgen dat ze de boeien niet goed of niet te strak om kunnen doen door je polsen aan te spannen of dwars op elkaar te zetten. Lukt het om je handen los te krijgen, laat dat dan niet merken want dan doen ze het alsnog ‘goed’. Over grote groepen en plastic strips gesproken: in zo’n situatie duurt het wel enige tijd voor je goed gefouilleerd wordt. Een persoon met losse handen en een zakmes of schaartje kan veel betekenen voor andere arrestanten bij wie de handen wel afgekneld worden. Voor lenige mensen is het trouwens niet zo’n probleem om geboeide handen van de rug naar de buik te krijgen, je hebt dan opeens veel meer mogelijkheden!

Op het bureau

‘Ik merk echt m’n eigen houding, dan zit je in de cel en ja, de eerste twee uur dat gaat wel goed, maar na drie of vier uur dan begin ik verveeld te raken, dan heb ik zoiets van, nou, nou moet ik er maar weer uit, nou is het wel weer zat geweest. En als het dan weer veel langer gaat duren dan ga ik wel weer een soort van balans vinden, dan geef ik me over aan het feit dat ik in een kleine ruimte zit opgesloten en dat ik er nog wel even zit. Maar als ik echt denk dat ik alleen voor verhoor ben opgepakt dan zit ik echt wel zo van nou eh, ze mogen wel opschieten, wanneer komen ze nou, ik heb honger! Dan raak ik veel sneller verveeld.’

Na de arrestatie word je meestal vrij snel naar een politiebureau of iets dergelijks gebracht. Daar word je vaak eerst in een soort wachthok gedumpt, als je met veel mensen bent opgepakt zit je op het bureau ook nogal eens met meer mensen in een cel, of zelfs op een luchtplaats of in een gymzaal. Meestal vrij kort nadat je bent binnengebracht word je gefouilleerd en naar je naam gevraagd, soms wordt er dan ook al meteen een polaroid-foto van je gemaakt, dit doen ze vooral bij grote groepen om de mensen uit elkaar te kunnen houden.

Bij het fouilleren worden je jas, schoenen of schoenveters en alles wat je verder niet bij je mag houden in een vuilniszak of kastje gestopt. Het fouilleren zelf gaat heel verschillend, soms word je alleen maar oppervlakkig afgetast, soms heel grondig, soms moet je letterlijk met de billen bloot of willen ze er ook nog tussen kijken… Dit laatste gebeurt je trouwens altijd als je naar een Huis van Bewaring wordt gebracht, het is daar de standaardprocedure. Je hebt als vrouw het recht om door een vrouw gefouilleerd te worden. Fouilleren is nooit leuk, maar het is ook een gelegenheid waar je je voordeel mee kan doen door te proberen dingen mee de cel in te krijgen. Fouilleren kan immers ook heel oppervlakkig gebeuren en een horloge, een pakje shag, een pen kunnen dan aan de aandacht van de politie ontsnappen.

Deze dingen kunnen goed van pas komen, want het verblijf op een politiebureau is meestal niet al te comfortabel. De cellen zijn kaal, je kan niet naar buiten kijken, je hebt vaak niks te lezen, vegetarisch eten kan een probleem zijn en of je kan luchten of douchen hangt meer af van hun goede zin, dan van jouw behoeften. Dit gebrek aan comfort wordt enigszins gecompenseerd door het gebrek aan sleur. Hoewel de uren kunnen kruipen word je de eerste tijd dat je vastzit toch aardig beziggehouden. Om de paar uur is er wel iemand die wat van je moet (registratie, verhoor, voorgeleiding, advocaat) en verder is alles nog nieuw natuurlijk. Als je met meerdere mensen bent opgepakt en je zit samen in de cel, dan kun je elkaar ook bezig houden. Denk er wel om dat ze gesprekken kunnen afluisteren via de intercom. Zit je alleen dan kun je jezelf ook in een kale cel nog behoorlijk bezighouden: je kan evenwichtsoefeningen doen op de rand van het bed, creatief zijn met wc-papier, en proberen de balletjes die je daarvan maakt in zo’n leuk polystyreen kopje te mikken. En dan is er nog de fitness, het ophalen van (school)kennis en andere gedachtenspelletjes (‘ik ga een huis kraken en ik neem mee…’), graffiti aanbrengen, slapen en aan leuke dingen denken.

Registratie

Zoals gezegd is registreren één van de dingen die ze op het bureau met je willen doen. De andere ‘uitstapjes’ (zoals verhoor) komen elders aan de orde. Registratie betekent meestal foto’s en vingerafdrukken nemen, soms willen ze je ook meten en op video zetten, dit laatste doen ze om een bewegingsprofiel te maken, zie hiervoor het hoofdstuk over opsporingsmethoden.

Voor het nemen van foto’s word je in een stoel gezet, meestal met een bordje met een nummer erbij. Ze maken foto’s van voren en van opzij, soms kan de stoel ronddraaien zodat je zelf niks meer hoeft te doen. Wil je tegenwerken dan is je ogen dicht doen en naar de grond kijken de makkelijkste manier, soms trekken ze dan je hoofd omhoog, maar je ogen kun je dan nog altijd dichthouden (Let wel op dat je ze dan niet opendoet als ze zeggen ‘zo, dat is dat’, dat is een trucje). Je hoeft dit niet toe te laten als je bang bent voor hun reactie. Als ze echt vervelend worden kun je tenslotte altijd nog meewerken. Dit geldt in het algemeen voor tegenwerking: als je eraan begint kun je meestal wel terug, terwijl het vaak te laat is als je er niet aan begint, de foto is bijvoorbeeld dan al gemaakt.

Vingerafdrukken nemen gaat tegenwoordig erg uitgebreid, dus ook van je handpalmen, vingertopjes en zijkanten van je handen. Zoals je in het hoofdstuk over opsporingsmethoden ook kunt lezen wordt de vingerafdruk vaak gebruikt als technisch bewijs. Ook als je anoniem bent en blijft kunnen ze via je vingerafdrukken toch je actiecarriere in de gaten houden, zaken met elkaar in verband brengen. Wil je de registratie wat frustreren dan heb je wel wat mogelijkheden. Als je je echt heftig verzet kunnen ze sowieso geen vingerafdrukken nemen, maar dit heeft voor jezelf ook extreme gevolgen (knokpartij). Wat je ook kan proberen is vet (bijvoorbeeld die lekkere margarine op je brood) op je handen te smeren zodat de inkt niet goed pakt. Gebruik niet teveel vet, want als het opvalt zullen ze eerst je handen wassen, dit doen ze trouwens sowieso nogal eens, dus dan werkt de truc niet. Iets wat je ook nog kan doen, is subtiel je vingers bewegen. Vingerafdrukken nemen gaat namelijk als volgt: je vinger wordt eerst vastgepakt en in de breedterichting over een glasplaat met inkt gerold, daarna wordt hij op dezelfde manier op papier weer uitgerold. Al die tijd word je vinger behoorlijk stevig vastgehouden. Als je je vinger tijdens het rollen op papier een klein beetje beweegt mislukt de afdruk soms. Als de politie dit door heeft dan moet het hele vel weer overnieuw (kan heel goed voor je humeur zijn, maar niet voor dat van hen !), hebben ze dit niet door, dan komen je vingerafdrukken niet goed in het archief en dat is natuurlijk nog mooier.

Zitten

Zoals gezegd, als je kort vastzit word je aardig beziggehouden en als je ook nog contact hebt met mede arrestanten kom je de tijd wel door. Toch kan het bajesgevoel ook na korte tijd al toeslaan. Niet iedereen ervaart vastzitten hetzelfde, maar sommige ervaringen worden door veel mensen genoemd.

De eerste is zelfs wetenschappelijk onderzocht en heet het schaalvergrotingseffect: allerlei kleine dingen worden opeens heel belangrijk. Maak je je buiten druk om je toekomst, een opknapbeurt voor je huis, dat project op school, binnen is je blikveld vaak beperkt tot het bij elkaar krijgen van wc-papier, te achterhalen hoe laat het is, proberen contact met je buurvrouw te krijgen enzovoort. Dit soort eenvoudige dingen vragen zoveel aandacht omdat ze gewoon moeilijk gaan in de bajes.

Een tweede ervaring is dat je in de bak vrijwel geen privacy hebt. Er kan altijd iemand naar je kijken.Via de intercom kunnen ze je afluisteren. Ze mogen altijd je cel doorzoeken of je fouilleren en je bent ook voor hele elementaire dingen van ze afhankelijk (eten, poepen, pissen, licht aan of uit).

Een derde ervaring, en deze geldt vooral voor Huizen van Bewaring, heeft te maken met de hele routine die er in bajessen heerst. Elk aspect van je leven wordt bepaald door regeltjes en bureaucratie. Dingen gebeuren in principe niet omdat ze handig zijn of logisch, maar omdat iemand van achter zijn bureau bedenkt dat ze moeten. Jouw leven wordt dus ingepast in hun strakke systeem, iets wat voor een deel in verpleeghuizen, ziekenhuizen en andere instellingen ook gebeurt.

Mensen die nooit hebben vastgezeten en denken dat de bajes een hotel is vergeten de bovenstaande dingen dan ook altijd. Ze stellen zich voor dat als ze zelf vast zouden zitten ze allerlei dingen zouden doen: boeken lezen, cursussen volgen, handwerkjes. Als ze een keer gaan ‘proefzitten’ bij de opening van een nieuwe gevangenis komen ze dan van de koude kermis thuis: ze worden apatisch omdat al hun pogingen tot zelfwerkzaamheid worden ondermijnd door het bajessysteem. Dan moet je ook nog bedenken dat dit ‘proefzitten’ nog onder redelijk ideale omstandigheden gebeurt, dat is als je zelf vastzit vaak wel anders.

Wortel en stok

‘Ik bereid me er wel helemaal op voor dat ze alles kunnen gaan doen wat ze mogen doen.

Mensen opsluiten heeft iets heel kinderachtigs, net zoiets dat je ouders je vroeger naar je kamer stuurden. Maar het is niet zo als bij je ouders, dat als je maar hard genoeg schreeuwt en tegen de muur bonkt, je wel weer van je kamer af mag komen’

Als je vastzit proberen bewakers en/of politie op allerlei manieren gedaan te krijgen dat je doet wat ze zeggen. Vaak hoeven ze die moeite niet te doen, ze laten de mensen zichzelf onderdrukken. Als je bijvoorbeeld je cel niet in wil hebben ze de mogelijkheid om je erin te slaan. Meestal komt het niet zover omdat je denkt ‘als ik m’n cel niet inga, dan gaan ze slaan’ en dan ga je maar. Zij hoeven dan niet te dreigen.

Moeten dat wel, dan is het dreigement vaak erger dan de realiteit. Ten eerste omdat sommige represailles gewoon wel meevallen (‘dan moet je naar een andere cel!’). Ten tweede omdat ze sommige dreigementen niet waar kunnen maken (‘dan zorg ik dat je hier nooit meer uitkomt!’). Ten derde omdat ze soms niks meer te dreigen hebben als ze een dreigement uitvoeren: veel geschreeuw, weinig wol.

Bij een effectief dreigement moet je ook iets te verliezen hebben. Dit is waar ‘de wortel’ in het spel komt: je krijgt gunsten, die je weer kunnen worden afgenomen als je iets doet wat hen niet bevalt. Een gunst kan daarom ook een verkapt dreigement zijn: ‘je mag naar die betere cel, als je je netjes gedraagt’. Je wordt geacht een soort kosten-batenanalyse te maken van je gedrag, de conclusie van deze afweging moet dan zijn dat je het beste af bent als je je rustig houdt, dan mag je tenslotte naar de betere cel. In werkelijkheid is je behandeling van veel meer factoren afhankelijk als je eigen gedrag. Denk eens aan hun eigen humeur, de mogelijkheden die er zijn, hun interpretatie van jouw gedrag en opdrachten die zij van derden krijgen.

Het bovenstaande stukje is erg zwart-wit, ‘jij’ staat tegenover ‘zij’. In de praktijk is deze tegenstelling vaak niet zo duidelijk. Dit komt ten eerste omdat ‘zij’ ook maar een verzamelnaam is voor een hele horde ordehandhavers: bewakers, politie in alle soorten en maten en hun bazen. Binnen dit geheel zijn er wel degelijk allerlei tegenstellingen, het is niet één ondoordringbaar machtsblok wat je tegenover je hebt. Ten tweede is macht gemakkelijker uit te oefenen als het niet zo duidelijk is dat dat gebeurt. In de bajes wordt macht dan ook vaak verdoezeld: mensen in de lagere regionen schuiven verantwoording af (ik doe ook maar gewoon m’n werk) of ze zeggen dat ze hetzelfde belang als jij hebben. Machthebbers met een hogere positie zorgen dat ze geen vuile handen maken en hopen dat je je uitleeft op de lageren in rang. Ook met taal kan je een hoop doen: een cel heet soms ‘kamer’ en een bewaker ‘penitentiair inrichtingswerker’.

De tijd doden

‘Het is belangrijk dat je een soort ritme ziet te krijgen. Zo laat is recreatie, daarna ga ik een hoofdstuk lezen, daarna thee drinken enzovoort. En verder word je ook wel een ritme opgedrongen natuurlijk. Zo laat opstaan, zo laat ontbijt / lunch/ avondeten, luchten, elke avond gaat het licht om dezelfde tijd uit…Er zijn allemaal van die dingen waar je geen controle meer over hebt.’

Om de tijd goed door te komen zul je, zeker als je langere tijd zit, zelf je best moeten doen. Laat je je maar wat meedrijven op de bajessleur dan kun je erg afstompen. Je best doen betekent dat je vertrouwt op je eigen kracht: dat je zoveel mogelijk je eigen plan trekt en je eigen normen en waarden houdt. Bouw je leven dus niet op rond de dingen die zij doen (bijvoorbeeld verlengingen van het voorarrest), maar stel jezelf doelen zoals een boek wat je wil lezen of een kunstje wat je wil leren. Wees zo onafhankelijk mogelijk, zorg dat je horizon ruimer is dan de bajes.

Deze onafhankelijkheid kun je bereiken en volhouden door tegelijkertijd aardig en hard voor jezelf te zijn. Aardig ben je door jezelf niet lastig te vallen met allerlei twijfels, angsten, onzekerheden en problemen waar je binnen toch niks aan kan doen. Denk aan alles wat wel goed gaat, geef jezelf complimentjes en beloningen. Als het gaat om dingen waar je wel invloed op hebt, dan kan het nodig zijn om hard tegen jezelf te zijn. Als je op je gevoel af gaat dan hebben veel activiteiten of initiatieven geen zin. Geef je aan dit gevoel toe dan ben je binnen de kortste keren een zombie die z’n aandacht verdeelt tussen de TV en de Panorama. Wil je dat niet, ga dan tegen dit gevoel in: geef jezelf een schop onder de kont en dwing jezelf desnoods om wel een ritme aan te houden, oefeningen te doen, een boek te lezen en interesse op te brengen voor je omgeving. Lukt het jezelf wees dan weer aardig. Lukt het niet, pieker dan niet te lang en begin opnieuw en denk erom dat je ook niet teveel van jezelf vraagt.

In een Huis van Bewaring heb je meestal ook een ‘dagprogramma’ waar je vaak aan mee kunt doen (werken, sport, recreatie, luchten). Je hebt trouwens sowieso meer mogelijkheden: je kan vaak ook bellen, een TV huren en dingen kopen. Bij de activiteiten kom je ook in contact met de andere gevangenen, dit heeft voor en nadelen. Het is leuk als je mensen ontmoet met wie je een lijn kan trekken of die je op een andere manier kunnen steunen. Het gebeurt echter ook dat je te maken krijgt met homohaat en andere vooroordelen van sommige gevangenen of dat gevangenen die meewerken met het systeem je tegenwerken. In het algemeen heb je in gevangenissen vaak een hele hiërarchie van gevangenen onderling. Deze hiërarchie wordt meestal door de directie getolereerd of gestimuleerd, verdeel en heers is het motto. Als je voor politieke acties zit ben je een beetje een vreemde eend in de bijt waardoor je soms ook buiten deze hierarchie valt.

Verzet

Hoewel je als je vastzit veel moet slikken, is het niet onmogelijk om verbeteringen van je omstandigheden af te dwingen. Je kan altijd protesteren of een formele klacht indienen. Voor dit laatste moeten ze je altijd pen en papier geven, ook al zit je in een strafcel. Soms is het ook mogelijk om met andere gevangenen samen actie te voeren, als je met mede-actievoersters vastzit ligt dit natuurlijk voor de hand. Verzet in een groep is moeilijker te breken dan individueel verzet en kan daarom behoorlijk effectief zijn. Maar zelfs als het je niks concreets oplevert is onderlinge solidariteit behoorlijk waardevol: het maakt je in ieder geval geestelijk onafhankelijker van het bajessysteem.

Collectieve actie is helaas vaak behoorlijk moeilijk en dat komt niet alleen door repressie, maar ook door je eigen egoïsme. Zo spreekt het voor zich dat je je bij collectieve actie niet tegen elkaar moet laten uitspelen, maar voor dat dat gebeuren kan moet je je al realiseren dat je ook echt als groep de strijd ingaat. Het gaat niet om jouw privégrieven of je persoonlijke strijd tegen het systeem, het gaat erom wat je samen voor iedereen kunt bereiken. Doorslaggevend bij elke zet die je doet moet dan ook het effect voor de groep zijn: zien zij dit zitten?, is dit ook hun strijd? Binnen deze grenzen kun je natuurlijk ook je eigen ei kwijt. Al teveel individualisme kan dus een belemmering zijn, gebrek aan communicatie is dat ook, het is tenslotte moeilijk om een groep te vormen als je sommige leden maar een paar minuten per week kunt spreken. Een goed collectief strijdpunt is dan ook de eis naar meer mogelijkheden voor communicatie tussen gevangenen

‘Als je met een aantal mensen langere tijd in de gevangenis belandt is het heel lastig om contact met elkaar te hebben. Als je je bijvoorbeeld wilt voorbereiden op je rechtzaak, kan het heel vervelend zijn dat je niet of nauwelijks met elkaar kunt overleggen, helemaal als je ook nog eens in verschillende gevangenissen zit. Je kunt je in de bajes eigenlijk niet voorbereiden op een rechtzaak’

 

Uit een brief van een WNC-arrestante (mei-juni 1990) naar aanleiding van een hongerstaking in de vrouwengevangenis te Winschoten :

‘Ik voel me op dit moment goed shit, om niet te zeggen allerbelabberst. Je zult wel horen waarom ik niet gebeld heb zondag. Hoewel, dat weet je vast allang. Toch nog in het kort wat er is gebeurd. Zaterdag wilden negen van beneden na het luchten niet naar binnen, omdat ze van de directeur meer luchttijd wilden (23 uur per dag in je cel is ook niet alles). In plaats van een gesprek met hen aan te gaan werd er een soort knokploeg opgetrommeld en werden ze met geweld naar binnen gesleurd. Dit alles leverde natuurlijk nogal wat consternatie op en een hoop herrie, ook van de bovenverdieping die verontwaardigd was over wat er met hun zusters van beneden gebeurde (voor zover het te volgen was). Kort daarop kwamen de bewakers (in nogal overspannen toestand) met thee en koffie langs : “Koffie of thee. Vanavond geen recreatie”. Dus ‘boven‘ mocht niet recreëren om iets dat ‘beneden’ had gedaan (=verdeel en heers). Als je dan vraagt waarom, zeggen ze dat je dat nog wel te horen krijgt.

Afijn, geschreeuw en gebonk op de deuren volgde. En een uur lang waren ze niet te zien, de onderdrukkers hielden krijgsraad…Toen gingen ze over tot de uitvoer van hun plan : vanachter m’n gordijntje kon ik nog net zien hoe ze (tegenover mij) F. uit haar cel sleepten aan alles wat ze konden grijpen – met z’n vijven – terwijl ze gilde als ….(vul maar in). Ze werd de gang doorgesleept en de trap af en verdween de isolatiecel in. Daarna begonnen ze met P.’s cel. Zij werd eruitgehaald (steeds met vijf man, overspannen en zwetend). Haar bed ging eruit, tafel, stoel en al haar eigen spullen verdwenen in vuilniszakken. Ik zag de bui al hangen en haalde alles van de muur en borg foto’s, kaarten, boeken en kleren in stevige tassen, zodat dat heel bleef, en na een half uurtje was ik aan de beurt. Even tussendoor, omdat ik een heel vreemd raam heb, hoort niemand me als ik schreeuw. Dus tijdens die hele rel had ik misschien één keer gegild of geschreeuwd. Ik was dus eigenlijk hartstikke onschuldig. Maar dat heb ik hun niet verteld, omdat ik niet wens mee te doen aan aan die gore verdeel en heers politiek.

Mijn beurt dus, ik werd ‘verzocht’ naar beneden te gaan, in een lege cel, en de appel die ik inderhaast in m’n muil had gedouwd weg te doen. In die benedencel stond een raampje open dus ik kon communiceren met de anderen (joepie !). Ik at nog gauw een sinasappel en toen werd ik al weer gehaald. In ‘mijn’ cel stond een po (nachtspiegel heet dat hier), een waterkan (geen afkorting van waterkanon !), een matras en beddegoed. Alles was verder pleite. Ik moest m’n schoenen uitdoen en werd gefouilleerd, toen pakten ze ook nog m’n sinasappel af ! Debielen (excusez le mot). Gefouilleerd met van die anti-aids handschoenen. Smetvrees ! Steeds vroeg ik weer waarom. ‘meekomen’. Waarom ? ‘Ik moet je fouilleren’. Waarom ? Maar ik mocht niks vragen. Ze waren hypernerveus, zweetten als otters, en hadden opeens een heel sterk dialect. Ik voelde me in hun nabijheid heel kalm en beschaafd.

Ondertussen hadden we al bedacht in hongerstaking te gaan totdat het regime wat draaglijker werd. ‘s Avonds na deze isoleeraktie was er nog veel herrie en gezang en ‘s nachts ook. De volgende ochtend begon wat de hele dag aan zou houden. Voor zover ik weet weigert (bijna) iedereen alle voedsel, en velen weigeren koffie / thee / melk. En dat maakt ze hels. Woedend. Als ze zo langs komen met die bak vol brood, die normaliter al bijna leeg is als ze bij mij komen. Dan voel je je kracht. Sommigen hier worden regelmatig hysterisch dus ook gister en vandaag. De radio is uit, en op een gegeven moment hadden ze zelfs de zoemer afgezet omdat mensen te lang zoemden omdat ze hun sjek wilden hebben. Zaterdag had ik al gevraagd of ze soms dachten dat wij geen mensen waren, dat wij dingen waren ofzo. ‘Ja’ was het antwoord van die bewaker die duidelijk aan een sanatorium toe is.

1 Thought to Opgepakt, wat nu?

  1. Joyce Beantwoorden 7 april 2012 at 07:40

    A magazine theme would make ur blog look nicer :)

    #

Geef een reactie


Comment

btt
IP Blocking Protection is enabled by IP Address Blocker from LionScripts.com.